Wat is jungiaanse psychoanalyse?

Carl Gustav Jung

Jungiaanse of analytische psychologie is de naam van het psychologisch-therapeutisch systeem dat werd ontwikkeld door de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung (1875-1961). Voor Jung was de psyche, de innerlijke wereld van de mens, even boeiend en uitgebreid als de uiterlijke wereld waarin we leven. Begrippen als archetype, Schaduw, collectief onbewuste, synchroniciteit, en Anima en Animus maken nu deel uit van de culturele bagage van de ontwikkelde westerling, en zijn variant van de dieptepsychologie kent ook in onze tijd nog veel aanhangers. Het belangrijkste doel van jungiaanse therapie is Individuatie door de integratie van het Ik en de Schaduw.

Carl Gustav Jung

De Zwitserse psycholoog en therapeut Carl Gustav Jung (1867-1961) was aanvankelijk de meest beloftevolle leerling van Sigmund Freud, die in hem zijn ‘troonopvolger’ zag voor het verspreiden van de psychoanalyse. Jung verzette zich echter tegen de te materialistische theorie van zijn leermeester voor wie alle geestesziekten terug te voeren waren op verdrongen lustgevoelens. De eerste barst in hun hechte relatie kwam toen Jung tijdens een lezing in de Verenigde Staten openlijk Freuds theorie van het Oedipuscomplex bekritiseerde. Jung zou zijn eigen weg gaan. De analytische psychologie, zoals hij ze zelf noemde, begon op een aantal punten sterk af te wijken van Freuds psychoanalyse.

Wat Freud en Jung gemeen hadden

Sigmund Freud

Jung en Freud waren het erover eens dat er naast het rationele, bewuste aspect van de persoonlijkheid nog een groot deel van de psyche bestaat waarvan de persoon zich niet bewust is: het onbewuste. Als snel raakten ze het er echter niet over eens wat de inhoud van dit onbewuste was. Freud stelde dat het onbewuste was samengesteld uit onderdrukte, traumatische ervaringen uit de kindertijd. Het had een direct verband met de zuiver instinctieve behoeften van de mens die in conflict kwamen met de eisen en verwachtingen van de maatschappij. De psychoanalytische behandeling bestond aanvankelijk uit woordassociaties en was erop gericht deze onbewuste inhouden in het bewustzijn van de volwassene te brengen. Jung werd ook eerst bekend door zijn onderzoek van woordassociaties waarin de reacties van een persoon op stimuluswoorden in verband worden gebracht met onderdrukte ideeën en impulsen die het gedrag beïnvloeden. Hij beschreef reeds in 1906 een techniek waarbij handelektroden veranderingen in de weerstand van de huid maten bij het oplezen van woorden. Een woord dat een emotionele reactie teweegbracht, was een indicatie voor een complex. Hoewel hij er veel succes mee had, vond Jung dat zijn werk met de psycho-galvanometer hem niet ver genoeg bracht in zijn exploratie van het onbewuste.

Kernbegrippen van Jungs psychologie

In tegenstelling tot Freud kon Jung niet geloven dat de huidige leefsituatie van een persoon uitsluitend terug te voeren was op verdrongen jeugdinstincten. Zijn ervaringen met patiënten brachten hem ertoe om het bestaan te poneren van het collectief onbewuste en van vijf primaire functies: de archetypen als universele patronen van de ervaring.

Persoonlijk en collectief onbewuste

Freud hanteerde ook al begrippen als bewust, onbewust en verdringing. Jung maakte echter een onderscheid tussen het persoonlijk onbewuste (dat overeenkomt met Freuds onbewuste) en het collectief onbewuste. De persoonlijkheid als geheel, de “psyche”, bevat alle gedachten, gevoelens en gedragingen, bewust of onbewust. Sommige ervaringen worden echter niet tot het bewustzijn toegelaten omdat ze te verstorend zijn, of gewoon omdat ze vergeten zijn. Zij belanden in het persoonlijk onbewuste.

Het collectief onbewuste bevat instinctieve driften en gedragspatronen die we allemaal delen als mens. Het bevat het totaal aan herinneringen van onze voorouders en wordt genetisch overgedragen. Jung beschouwt dit deel van de onbewuste psyche als iets waar we door onze geest toegang tot kunnen krijgen via onze dromen. Sommige mensen, bijvoorbeeld kunstenaars, kunnen dit collectief aan primitieve beelden aanboren voor inspiratie. Het collectief onbewuste doet erg denken aan wat esoterici de Akashakroniek noemen. Jung was ongetwijfeld vertrouwd met deze van oorsprong hindoeïstische opvatting dat alle gebeurtenissen die ooit hebben plaatsgevonden, elke gedachte en emotie, voorgoed bewaard blijven in een soort etherische databank van de mensheid. Jung zag het collectief onbewuste ook als de bron van onze dromen en van paranormale of magische fenomenen. De inhouden van het collectief onbewuste noemde Jung archetypen. De vijf belangrijkste ervan zijn de Anima en Animus, de Persona, de Schaduw en het Zelf.

Anima

Een van de archetypen uit het collectief onbewuste is de Anima, de vrouwelijke zijde van de mannelijke psyche. De Anima is een knooppunt van onbewuste overtuigingen en gevoelens in de psyche van een man met betrekking tot het andere geslacht. Jung zegt hierover (geparafraseerd): “Iedere man draagt in zich het eeuwige beeld van de vrouw mee, niet het beeld van een bepaalde vrouw, maar van de vrouw als voorstelling van vrouwelijkheid. Dit beeld is fundamenteel onbewust, alsof het is gegraveerd als afdruk of ‘archetype’ met alle indrukken ooit gemaakt door de vrouw. Aangezien dit beeld onbewust is, wordt het altijd onbewust geprojecteerd op de persoon van de geliefde, en is één van de belangrijkste redenen voor een passionele liefde of afkeer.”
Kennis over de Anima kan met andere woorden slechts onrechtstreeks worden verkregen: door de projecties die mannen maken op vrouwen die al dan niet beantwoorden aan hun innerlijk beeld van de vrouw.

Animus

De pendant van de Anima bij de vrouw: de mannelijke zijde van de vrouwelijke psyche. Volgens Jung was de Animus complexer dan de anima: terwijl bij mannen de anima bestaat uit één dominant beeld, hebben vrouwen volgens hem meerdere animusbeelden.

“De natuurlijke functie van de Animus (evenals van de Anima) is het bewaren van hun positie tussen het individuele bewustzijn en het collectief onbewuste. De Animus en Anima moeten functioneren als een brug of een deur die leidt naar de beelden van het collectief onbewuste, net zoals de Persona een soort brug naar de wereld zou moeten zijn”. – Jung: Unpublished Seminar Notes. Visions I

Anima en Animus ontstonden in de psyche doordat mannen en vrouwen generaties lang met elkaar samenleefden. Door deze intense wisselwerking namen in de loop van de evolutie beide geslachten kenmerken van elkaar over.

Persona

Terwijl Anima en Animus het innerlijk aanzien van de psyche zijn, is de Persona dat wat de wereld te zien krijgt. De Persona is wat men een conformerend archetype zou kunnen noemen: een bemiddelaar tussen het individu en de gemeenschap. Zij vervult een beschermende rol door de omgeving niet te diep te laten doordringen tot de innerlijke psyche: het sociale masker maakt sociale omgang veiliger en gemakkelijker. Als we ze vergelijken met een deur, dan schermt de Persona niet alleen af, maar maakt ook de toegang mogelijk tot de buitenwereld. Een te sterke identificatie met de Persona leidt echter tot een persoonlijkheid die buiten haar grenzen treedt. Voorbeelden: de religieuze fanaat of historische figuur met een overdreven gevoel van zijn belang in de geschiedenis. Dit verschijnsel noemt Jung psychologische inflatie. Het treedt op wanneer de bewuste identiteit van een individu wordt verbonden met een archetype van het collectief onbewuste zoals “de held”, “de redder”, “de genezer” of “de wijze”. Een ervaring die veel mensen (vaak pas op middelbare leeftijd) doormaken is dat ze zich beginnen afvragen of ze wel de juiste keuzes hebben gemaakt. Hun leven lijkt plots leeg en betekenisloos te zijn. Het is een periode in iemands leven waarop wordt beseft dat ze zichzelf de hele tijd hebben voorgelogen over wie ze zijn en wat ze willen. Ze hebben zich te lang met hun persona geïdentificeerd en lieten zich leven door wat van hen werd verwacht.

“De Persona is een systeem van aanpassing van het individu of de manier waarop hij of zij omgaat met de wereld. Iedere roeping of beroep heeft zo zijn eigen karakteristieke Persona. Alleen bestaat het gevaar dat personen door te sterke identificatie hun persona’s worden: de professor identificeert zich met zijn boek, de tenor met zijn stem. Met een beetje overdrijving zou men kunnen zeggen dat de Persona dat is wat men in werkelijkheid niet is, maar wat we zelf en anderen denken dat we zijn.” – The Archetypes and the Collective Unconscious, Collected Works, Vol. 9

Schaduw

De Schaduw is de onbewuste donkere kant van je persoonlijkheid, je dierlijke instincten. Dit instinctieve en irrationele deel van het onbewuste kan worden herkend via projecties en in dromen. Schaduwprojectie verloopt geheel onbewust en doet ons onze negatieve eigenschappen opmerken in andere mensen alsof ze aan hen toebehoren. De Schaduw is het archetype dat volgens Jung het eigen geslacht weergeeft. Het is echter een onbewust aspect van de persoonlijkheid waarmee het bewustzijn (het Ik of Ego) zich niet wenst te identificeren. Nochtans is het belangrijk om ook je negatieve ‘dierlijke’ eigenschappen te leren kennen, omdat de inhouden van de Schaduw des te sterker zijn wanneer ze onbewust blijven. Dit krachtigste en gevaarlijkste van alle archetypen manifesteert zich vaak in iemands dromen, waarin het dan optreedt als inferieur mens van hetzelfde geslacht als de dromer, of als dier. De confrontatie aangaan met de Schaduw is volgens Jung een van de belangrijkste stappen die iemand dient te zetten op het pad van individuatie of zelfverwerkelijking.

De schaduw bestaat echter niet alleen uit moreel verwerpelijke neigingen, maar heeft ook een aantal goede eigenschappen, zoals normale instincten, passende reacties, realistische inzichten en creatieve impulsen. Zo hebben volgens Jung kunstenaars een gezond contact met hun dierlijke natuur. Door de nauwe samenwerking tussen Schaduw en Ik voelen zij zich energiek en creatief.

Zelf

Het Zelf mag niet verward worden met het Ik: het Ik is de organisatie van het bewustzijn (de bewuste identiteit), terwijl het Zelf het centrum is van de hele persoonlijkheid, die het bewuste, het onbewuste en het uiterlijke Ik omvat.

Jung beschouwt het Zelf als het centrale archetype van de persoonlijkheid of psyche. Het werkt organiserend binnen het collectief onbewuste en harmoniseert alle archetypen. Volgens Jung manifesteert het Zelf zich pas omstreeks de middelbare leeftijd. Dit komt doordat een mens pas op latere leeftijd het proces van individuatie doormaakt, wat tegenwoordig “zelfverwerkelijking” wordt genoemd. Het komen tot zelfkennis is ook een langdurig proces. Een indicatie dat het Zelf niet naar behoren werkt, is een gevoel van ontevredenheid met zichzelf. Ook blijft men eigen slechte eigenschappen op anderen projecteren. Bij de mens die zich in harmonie voelt met zichzelf en de wereld is de persoonlijkheid daarentegen ontwikkeld en geïndividualiseerd. Bewustwording van onbewuste inhouden leidt tot een grotere harmonie met de eigen natuur. Individuatie is een nooit eindigend proces, te vergelijken met het streven naar verlichting bij het boeddhisme.

Persoonlijkheidstypen

Jungs typologie van persoonlijkheid wordt nog steeds toegepast, al dan niet in aangepaste vorm. Zijn model werd omgezet in een eenvoudige psychologische test met de naam Myers-Briggs Type Indicator (MBTI), die wordt gebruikt als basis voor het bepalen van persoonlijkheidstypes.

Vier psychologische functies

Jung leverde aan de psychologie een verfijnde terminologie om de verschillende persoonlijkheidstypen in te delen. Hij onderscheidde daarbij vier psychologische functies waarvan er telkens één dominant kon zijn: denken, voelen, gewaarwording en intuïtie. Denken en voelen noemt hij de “rationele functies” omdat zij een vermogen tot oordelen hebben; gewaarworden en intuïtie zijn de “irrationele functies”. Over de vier psychologische functies zei Jung in ‘Man and his Symbols’ dat de functie van gewaarwording zegt “dat er iets is”, het denken “wat het is”, de functie van het voelen “of het aangenaam is of niet”, en intuïtie “wat de herkomst en de bestemming is”.

Met gewaarwording als dominante psychologische functie wordt iemands gedrag bepaald door zintuiglijke waarneming, door alle innerlijke en uiterlijke prikkels die hij of zij gewaarwordt.
Een intuïtief persoonlijkheidstype ‘weet’ zonder erbij te hoeven nadenken. Zijn intuïtie is iets dat hem overvalt: hij of zij volgt ingevingen en staat er niet bij stil of het redelijk of goed doordacht is.
Een denktype bepaalt zijn gedrag door logica en denken. Vandaar dat Jung denken een rationele functie noemde.
Iemand met voelen als dominante functie oordeelt en neemt beslissingen op grond van het gevoel dat iets bij hem of haar teweegbrengt. Omdat er telkens een waardering, een oordeel, bij te pas komt, noemt Jung ook het voelen een rationele functie.

Introversie en extraversie

Daarnaast deelt Jung persoonlijkheden nog eens in volgens de twee fundamentele houdingen: introversie en extraversie. Deze begrippen geeft hij wel een andere invulling dan wat er doorgaans onder wordt begrepen. In het gewone spraakgebruik duidt introversie op iemand die verlegen, teruggetrokken is, en extraversie op een uitbundig iemand die geen blad voor de mond neemt. Bij Jung richten extraverte mensen hun psychische energie (‘libido’) op ervaringen met mensen, dieren en zaken die hun gevoelens en gedachten beheersen. Bij introversie is het net andersom, en wordt de introverte persoonlijkheid opgeslorpt door het eigen innerlijk. Het is echter niet uitgesloten dat een ‘introverte persoonlijkheid’ in zijn houding naar buiten toe een extraverte indruk geeft. Alleen zal die buitenwereld niet bepalend zijn voor zijn psychisch evenwicht.

Samenvattend

Extraverte types hebben een bewustzijn dat op de buitenwereld is gericht en door de waarde die zij aan de buitenwereld verlenen is deze de maatstaf voor hun beslissingen;
Introverte types richten hun bewustzijn op de binnenwereld en die binnenwereld bepaalt ook hun beslissingen.

Binnen deze twee categorieën komen gradaties voor van zwak extravert of introvert tot extreem extravert of introvert. De extreme varianten associeert Jung met onontwikkelde of neurotische persoonlijkheden.

Combinaties van functies en houdingen

Door combinatie van de vier psychologische functies en de twee houdingen ontstaan in totaal acht mogelijke persoonlijkheidstypen:

  1. het extraverte denktype
  2. het introverte denktype
  3. het extraverte gevoelstype
  4. het introverte gevoelstype
  5. het extraverte gewaarwordingstype
  6. het introverte gewaarwordingstype
  7. het extraverte intuïtieve type
  8. het introverte intuïtieve type

Nalatenschap en betekenis van Jung

Jung hechtte in vergelijking met andere psychologen en psychiaters veel meer belang aan het spirituele leven van de mens. Dit alleen al maakt hem in de ogen van meer empirisch gerichte psychologen verdacht als ernstig wetenschapper. Zijn leraar Sigmund Freud had hem reeds verweten een mysticus te zijn door zich bezig te houden met paranormale verschijnselen en esoterische onderwerpen als astrologie, het orakelsysteem I Tjing en alchemie. Jung was er echter van overtuigd dat hij pas iets van de sluier van het onbewuste zou kunnen oplichten wanneer hij de symboliek van het onbewuste begreep. Die symboliek vond hij niet alleen in dromen terug, maar ook in kunst, literatuur en religie. Vandaar dat zijn methode (‘amplificatie’) zo alomvattend is en alleen toegankelijk is voor iemand die heel belezen is. Jung liet ons een heel vocabularium na aan specifieke psychologische termen (Anima en Persona bijvoorbeeld), waar iedereen al wel eens mee in aanraking is gekomen. Mogelijk het bekendste aspect van zijn werk is zijn typologie van verschillende persoonlijkheden. Jungiaanse psychoanalyse blijft aantrekkelijk voor meer spiritueel gerichte mensen en wordt ook nog steeds in gespecialiseerde instituten over heel de wereld aangeboden.

Geraadpleegde literatuur

C.G. Jung, Verzameld werk in 10 delen, uitgeverij Lemniscaat Rotterdam, tweede druk 1990.
C.G. Jung, Archetypen, uitgeverij Servire Katwijk, 5e druk 1918. ISBN=90.6069.288.8
C.G. Jung, Over grondslagen van de analytische psychologie – De Tavistock Lectures .Lemniscaat Rotterdam 1978. ISBN=90.6077.126.5

Auteursrecht: Jules Grandgagnage
Advertenties